CV de Öss

Geschiedenis

Interview met:
Jef van der Krogt,
Piet van Loo,
Sjang Sleijpen,

De start in 1953

Begin jaren vijftig was er nog niets van carnaval in Eys, Wijlre, Wahlwiller of Nijswiller, wel al in Mechelen en Simpelveld. In Eys was met de kermis bal, met de carnaval werden thuis ‘poefelen’ gebakken, maar voor het overige gebeurde niets. Daarom waren carnavalsvierders uit Eys met een man of tien naar een feest in de aanloop tot carnaval in Simpelveld geweest. In het buurdorp was sinds enkele jaren een heuse carnavalsvereniging actief en dit beloofde wat voor de viering van het volksfeest. Het viel echter een beetje tegen, dus werd tijdig weer naar Eys gegaan. Teruggekomen in eigen dorp dook de groep het café Hambeuckers in en daar was het groot feest. Hier was de goede sfeer en te midden van deze feestelijke entourage werd besloten tot de start van een carnavalsvereniging. Maar het eerste carnavalsjaar 1953 viel een beetje in duigen. De watersnoodramp in Zeeland op 1 februari 1953, die aan 1836 mensen het leven kostte, gooide roet in het eten. Publieke festiviteiten werden afgelast. Zo ook het ontluikende carnaval in Eys.

Raad van zeven

In 1954 ging het carnaval in Eys pas echt van start. Door Harmonie St.-Agatha en haar instrumentenfonds was een zitting georganiseerd en werd Teun Vaessen tot eerste prins gebombardeerd. Aanvankelijk was een Raad van Elf geïnstalleerd. Maar al het jaar daarna kwam hier verandering in. Enerzijds uit een vooralsnog beperkt ledental en anderzijds om een oude Eyser legende levend te houden werd toen niet gekozen voor een raad van elf, maar een raad van zeven. Het getal refereerde aan de zeven schepenen van Eys, die volgens het volksverhaal eigenhandig de kerk verschoven en een door maanschijnsel gevormde kaas uit de beek probeerden te halen, waarbij alle schepenen de beek in tuimelden. De zeven schepenen van Eys en hun prins waren: Jan Engelen, Tien Geurts, Lei Hambeukers, Jef van der Krogt, Lambert Schiffer, Michel Senden, Drees Wierts en Teun Vaessen als prins. Hubert Hambeukers was de nar.

Optredens

In de beginjaren was er een zitting en een prinsenproclamatie. Met de carnavalsdagen ging de vereniging op zondag, maandag en dinsdag op stap. Klokslag twaalf uur op dinsdag was het feest voorbij, gingen de mutsen af en begon de strenge vastentijd. Waar de carnavalsvereniging was, die alle cafés afging, daar waren de carnavalsvierders. Dat leidde wel eens tot onenigheid met de kasteleins in het toen nog caférijke Eys. Immers als de vereniging verder trok naar een volgend café, dan liep een heel lokaal leeg en bleven nog maar een man of  20 achter in een zaak. Tijdens zittingen of bij proclamaties is de bekende buuttereedner Lambert Erven uit Vaals hier vaak opgetreden. Hij runde zelf een klein café, had voor zijn welbespraaktheid in de buutteton de Gouden Narrenkap ontvangen, maar was telkens van de partij om in Eys te helpen. Maar Eys had ook genoeg eigen artiesten: Peter Ploum, Johan Kokkelmans, Frans Packbeers en Sjo Haan – om maar enkelen te noemen – schreven liedjes en traden op, ook in buut. Groepjes werden gevormd door Maria en Jo Loneus: de Marjo’s, later kwamen hier ook nog de Mimanbo’s bij. Het carnavalsfeest sloeg bij oud en jong aan. In 1957 werd de Jeugd Carnavalsvereniging De Össkes gestart. Paul Maassen werd dat jaar de eerste prins bij de jeugd.

Binnenbrandje

Een paar anekdotes onderstrepen de gemoedelijke sfeer. De Öss waren mid jaren vijftig verzameld bij café Haan, toen de telefoon ging en ze de vererende uitnodiging kregen namens De Sjweëgelsjöppers van Nieuwenhagen om aldaar op receptie te verschijnen. Na kort overleg werd besloten gevolg te geven aan de uitnodiging en zodoende togen De Öss ijlings naar Nieuwenhagen, waar ze echter geen receptie konden ontdekken. Later werd duidelijk dat het telefoontje uit eigen dorp kwam. De Öss waren drie weken lang het middelpunt van spot naar aanleiding van deze geslaagde grap. Indertijd werd ook al gestart met optochten. Een van die tochten trok in helse koude over Eyserheide en Trintelen, waar de carnavallisten sterke drank kregen aangeboden om de kou te trotseren. De traktatie was zo uitbundig dat ze zich bij aankomst in Eys stevig aan de wagen moesten vasthouden om het wankele evenwicht te bewaren. In de jaren vijftig was het ingelegde geld bijna in rook opgegaan, zo weet medeoprichter Jef van der Krogt zich te herinneren. Op de zaterdagavond voor de carnaval waren de Öss in stamlokaal café Weerts. Er moest geld bijeen gelegd worden en behoorlijk wat, want zondag begon de carnaval. In de keuken van het café werd het geld verzameld, totdat daar de oliehaard ontplofte. In lichte paniek sloeg iemand de ruit stuk, waardoor het vuur lucht kreeg en de vlammen pas echt ontbrandden. Gelukkig had iemand de tegenwoordigheid van geest om snel het contante geld te pakken anders was de carnaval dat jaar snel afgelopen. Het binnenbrandje werd geblust.

Auw wieverbal bij Weerts

In 1957 was kasteleinszoon Jo Weerts prins. Ruim voor de carnaval kwam de fotograaf langs, die de staatsiefoto van de nieuwe prins kwam maken, wat niemand nog mocht weten. Hij had bardienst in Oad Ees toen fotograaf Evers arriveerde bij buurman Van der Krogt in de oude kapelanie. Doodgemoedereerd trok Jo zich even boven terug, kleedde zich in zijn prinsenpak, ging via een doorgang op zolder naar de buren, waar de fotograaf zijn werk deed, langs dezelfde weg terug om zich om te kleden en vervolgens weer snel achter de teek om de inmiddels dorstige klanten te bedienen. Niemand had iets in de gaten. In Eys werd ook het Auw wieverbal gevierd; dit vond alleen in het café van Johan Weerts plaats. Bij de ingang vond een controle op geslacht plaats. Dit namen de dames Netta Hambeukers en Maria Maassen voor hun rekening. Het was om uitspattingen of escapades en avances te voorkomen. Mannen mochten niet in dameskleren deelnemen. Tijdens één van hun controles stuitten de dames op de ziekencontroleur. Deze man moest controleren of de mensen die als ziek stonden ingeschreven, dit ook echt waren en niet bijvoorbeeld een avond de bloemetjes buiten gingen zetten. De controleur stond bijvoorbeeld ook naar de bronk te kijken om overtreders te betrappen. In dit geval kwam hij dus naar het auw wieverbal, eveneens om te controleren. De dames hielden hem staande, maar de controleur stond erop dat hij de zaal moest betreden, uit hoofde van zijn functie. Van zijn bezoek zouden wel genoeg mensen schrikken, zo liet hij weten. Weigerde je overigens een dans tijdens het auw wieverbal, waar uiteraard de dames de danspartner kozen, dan moest je een rondje betalen. Het was Lambert Schiffer die vervolgens al direct een rol bonnen kwam halen om zijn weigering met bier te vergoeden.

Het instrumentenfonds neemt het over

In de praktijk werkte het met het zevental als de Raad toch wat lastig. Was iemand ziek of kon hij niet ruilen met zijn wisselende dienst op de mijn, dan stond je direct met erg weinig mensen. Daarom werd na een aantal jaren toch gekozen voor een Raad van Elf. De carnavalsvereniging functioneerde onder de hoede van het instrumentenfonds van harmonie St.-Agatha, die het had opgestart. Dit hield evenwel in dat de Öss geen eigen geld hadden en dat leidde wel eens tot onenigheid. De opbrengsten van de donateurkaarten, van de zittingen en proclamatieavonden kwamen aan het instrumentenfonds ten goede. Maar er waren ook enige uitgaven. Bijvoorbeeld de rood-witte mutsen, die gekocht werden of de wijn, die tijdens de prinsenproclamatie op de bühne gedronken werd. Ook hadden de Öss geen overjassen, dus mocht niemand een jas aandoen en dat is wel eens lastig bij kroegentochten of beginnende optochten. De raad van zeven wilde het allemaal erg goed doen, reisde overal heen, ook naar recepties. Maar goed doen kost geld. Moesten de zeven raadsleden daar dan allemaal voor opdraaien? Er was nooit geld in kas, voor de carnaval werd bijeen gelegd, Teun verzamelde dat en gaf er een rondje van en nog één, totdat het op was en opnieuw bijeen werd gelegd. Alles moest uit eigen zak betaald worden en dat werd de zeven toch wat veel. Ze klopten bij het instrumentenfonds aan. Er ontstond een meningsverschil, zodat voorzitter Teun Vaessen en de Raad van Elf in 1960 bij de carnaval bedankten. De georganiseerde carnaval werd terug in handen van het instrumentenfonds van de harmonie gegeven. Sjöf Tychon werd toen de nieuwe voorzitter en er werd een nieuwe Raad van Elf samengesteld. Vervolgens kwam een aantal prinsen uit de harmoniegelederen, zoals de nog jonge Jan Degens, en zo kon het carnavalsfeest voortgezet worden.

De bloemenprinses

In deze tijd waren er drie zittingen. Het carnavalsseizoen werd gestart met een zogenaamde ‘kappenzitting’ op de elfde van de elfde. Dit was gewoon een gezellige bijeenkomst, waarop papieren hoedjes werden verkocht. ‘t Stelde al met al niet zoveel voor. Bovendien waren er de prinsenproclamatie en het prinsenbal. In 1962 werd iets nieuws geïntroduceerd. Naast de prins verscheen de bloemenprinses, maar een paar vormden beiden niet (of zelden). Immers de prins werd door een klein comité gekozen en voorgesteld aan het volk. De bloemenprinses werd tijdens het prinsenbal gekozen. Bij die gelegenheid werden rozen verkocht aan de aanwezigen, die zij konden schenken aan het meisje van hun keuze. De dame met de meeste rozen werd de bloemenprinses. De eerste prinses was Gerda Simons (1962) en de laatste was Christa de Bresser in 1978. Sommige paren pasten wel bij elkaar, zoals de eerste jubileumprins Funs Andriolo en Fien van Loo in 1963. Door de bloemenkeuze kon een bloemenprinses zelfs op herhaling als ze in twee opeenvolgende jaren werd uitverkoren. Dit gebeurde met de dames Claire Berger (1967-1968) en Marlies Conraads (1970-1971). De bloemenprinses had gewoonlijk een eigen wagen in de optocht. Triest genoeg was de wagen van prinses Claire Berger op de maandagmorgen, daags na de optocht, afgebrand. Op de wagen was een grote kroon van rozenpapier gefabriceerd. Waarschijnlijk was op de schuur het licht aangebleven, werd het te warm en vatte de kroon en daarmee de hele carnavalswagen vlam. In 1970 kon de optocht vanwege het slechte weer niet doorgegaan. De prins van dat jaar, Jan Maassen, kon het echter niet laten en is toen alleen met de prinsenwagen getrokken. Jan had ook zelf voor een alternatieve raad van elf gezorgd, die op zijn wagen stonden met schuimrubberen mutsjes. De echte optocht is toen in Eys met de halfvasten getrokken. Een verlaat carnavalsfeest. In 1977 ging het mis tijdens de lange optocht over Eyserheide en Trintelen. Een noodweer barstte los, waardoor alle carnavallisten als verzopen katten in Eys arriveerden. Bloemenprinses Carlo Conraads stond op een wagen met tal van papieren roosjes, waarvan alle kleuren door elkaar gelopen waren.

Een nieuwe start

Rond het jaar 1970 was de viering van het feest toch een sleur geworden. Was de tijdgeest tegen? In 1973 zou Eys de gemeenteprins leveren, maar de carnavalsvereniging was bijna ter ziele. Wethouder Sjef Grooten, die ook lid was van het optochtcomité, werd gevraagd zich om het voortbestaan van het volksfeest te bekommeren. Gezien de precaire situatie heeft Eys toen het voorrecht de gemeenteprins te mogen leveren voorbij laten gaan. Men was al blij überhaupt een prins gevonden te hebben in de persoon van Sjir Haambuckers. Hier moest voor het daaropvolgend jaar verandering in komen. De schutters Piet van Loo en Sjang Sleijpen werden in september/oktober 1973 gevraagd om een vergadering bij te wonen om het carnaval te doen herleven. Op zondagmorgen spoedde Piet zich na de repetitie van de drumband en haastte Sjang zich na de kerkdienst naar de vergadering, waar ze prompt gevraagd werden een zitting te organiseren. Want per direct was Piet de nieuwe voorzitter en Sjang secretaris. Piet sputterde nog wel even tegen, want pasgetrouwd en behalve bij de schutterij ook nog bij de voetbal actief, maar dat mocht niet baten. Het tweetal kreeg steun van Jo Philippens, Sjef Grooten, Jules Jeukens, Bert Roumans, Lambert Scheepers, Frans Meijs, Antoon Duckers en Nic Bartholomé, met wier hulp ze het stokje van het optochtcomité overnamen. Andere personen dan het comité trokken zich het lot van de carnaval aan. Zo werd in 1975 de groep van de Auw Wiever in het leven geroepen. Bij zittingen kon de organisatie terugvallen op een aantal buuttereedners uit eigen gelederen, die regelmatig in de ton klommen, zoals Hubert Hambeukers, Sjo Haan, Sjang Sleijpen en Jean Vaessen.

Wie wordt prins?

Toch ging het nog niet allemaal van een leiden dakje. Ook in 1974 speelde namelijk het prinsenprobleem, nota bene in het jubileumjaar (2 x 11 jaar) van de vereniging. Secretaris Sjang had een vakantie naar Oostenrijk gepland in de tijd dat druk naar een nieuwe prins gezocht werd. Hij had alvast laten weten dat als ze er nog niet uit waren, wanneer hij terugkwam, dan zou hij ook nog wel prins worden. Inderdaad was die nieuwe prins nog niet gevonden toen de vakantieganger terugkeerde, zodat Sjang de nieuwe jubileumprins werd. Bij de eerste zitting onder het nieuwe bestuur, was men erin geslaagd de raad toch weer tot elf man uit te breiden. Behalve Sjang en Piet, waren Jan Verver, Hub Blezer, Bert Roumans en Jules Jeukens mee overgekomen van de oude organisatie, aangevuld met Toon Sintzen, Hai Blok en Hein Lenoir. Te elfder ure werd de groep gecompleteerd door twee ‘geleenden’, die nogal opvielen door hun afwijkende kledij. In plaats van smoking droeg Jean Smeets een bruine leren jas, geel hemd en blauwe vlinderdas. Hub Schins was gekleed in een zwart leren jasje en had een donkerpaarse stropdas om. Ze moesten toch echt bij de eerstvolgende gelegenheid in smoking verschijnen, maar dat was al daags erna tijdens de kinderzitting. Zodoende toog het tweetal op zondagmorgen naar Brunssum om in modezaak Possen nog een smoking te halen.

Carnavalswagens

Elk jaar moeten er goede ideeën komen voor het maken van een wagen. Onder prins Sjang werd voor zijne hooglustigheid een os gemaakt, waar de raad van Elf in zou staan. Het dier moest op vier poten staan, dus werden in de bouw vier bokken ‘georganiseerd’. Alles werd aan elkaar gelast en daaroverheen moest een groot doek getrokken worden. Toen de carnavallisten naar het gemeentehuis van Wittem moesten voor de sleuteloverdracht diende alles nog zwart-wit geschilderd te worden. In plaats van de receptie van de nieuwe gemeenteprins te bezoeken kwam men snel weer Eyswaarts om te schilderen. Met de smokings aan kon dit natuurlijk niet goed gaan. Daags erna tijdens de optocht hadden aardig wat witte vlekken van de kalk post gevat op de smokings van de raad. Die bijzondere ossenwagen is later nog jaren bij Grooten blijven staan. Voor een optocht werden toch wel minimaal vier wagens gebouwd. Alle schuren werden gebruikt door de wagenbouwers, maar de wagens zelf werden zeldzaam en de schuren werden veelal verhuurd aan caravaneigenaars. Wat overbleef waren soms erg koude schuren, vooral in de wintertijd, wanneer eraan gewerkt moet worden. Legendarische wagens, die nog vers in de herinnering liggen, zijn de champignon of de helikopter. De ervaring heeft ook geleerd dat noeste werker Sjang bij het verven van de wagens niet alleen gelaten moet worden. Je krijgt anders de meest vreemde kleurencombinaties, want Sjang gebruikte alle potjes verf op.

Niet te hoog!

Natuurlijk moet rekening worden gehouden met obstakels die de wagen tijdens de optocht tegenkomt. Of op weg ernaartoe natuurlijk. De wagen van prins Naud Brand werd in 1969 uiteraard aan de Eyserhalte gebouwd, maar dan moet die logischerwijze wel onder de spoorbrug passen om Eys te bereiken. De wagen bleek te hoog, maar met het leeg laten van een aantal banden paste de wagen net onder de brug door. De elvenraad had eens de televisietoren van Eyserheide op haar wagen nagebouwd. Natuurlijk was die hoog, te hoog om onder de elektriciteitskabels aan de Wezelderweg door te kunnen. Dat was buiten de waard gerekend. Wegens materiaalpech heeft de raad de wagen zelfs een keer moeten achterlaten en is te voet verder de optocht gelopen. Behalve de hoogte van het parcours moet er ook aandacht zijn voor de benzinemeter. Bij de oude SRV-wagen is dit wel eens uit het oog verloren, zodat de wagen zonder ‘sjprit’ kwam te staan en er geduwd moest worden. Geregeld is de optocht in het verleden over Eyserheide en Trintelen getrokken. In de jaren vijftig probeerde het prinsencomité zelfs met de herkomst van de prinsen te wisselen tussen Eys en de gehuchten Eyserheide en Trintelen. Kwam de prins daarvandaan dan trok de optocht ook daarlangs. Vroeger trok de optocht jaarlijks over de gehuchten, dit veranderde in de cyclus dat die route om de vijf jaar aan bod kwam, waarbij dit voor ’t laatst in 2002 gebeurde. De ervaring leerde dat er daar weinig mensen meer de optocht bekeken, de carnavalsvierders kwamen toch naar Eys. Wel is bepaald dat als de prins van één van de gehuchten komt, de optocht daar ook langs zal trekken.

De prinsenproclamatie

Vroeger was de carnavalsprins per definitie vrijgezel. Nadat Piet en Sjang het in 1973 overnamen, werd dit principe langzamerhand noodgedwongen losgelaten. Balt Souren was in 1975 één van de laatste vrijgezellen. De proclamatie was altijd iets bijzonders. Hein Muyrers zat in 1955 verscholen. Op de bühne was de Boerenberg, Mariakapel en schuilkelder nagebouwd en toen hij uitverkozen was vloog de deur open en kwam hij gezeten op een os ‘de berg af’. Jo Weerts stapte in 1957 als nieuwbakken prins uit een immens grote bierfles. De fles is goed bewaard, want in 1988 vormde deze ook het decor voor de prinsverkiezing van Frans Derksen. Hij zat in de fles en Piet zou erop trommelen als hij eruit moest komen. Maar met ophitsende zuidelijke muziekklanken tijdens de zitting gebruikte een lid van de raad van elf de fles als trommel en kwam de geest uit de fles. Frans stapte eruit en hiermee zag het publiek al wie de nieuwe prins werd. Een kijkje achter de schermen van de fraaie proclamaties leert ons dat Jef van der Krogt zijn toespraken in de jaren vijftig op lampenpapier schilderde. Piet van Loo schreef de bekendmaking met viltstift achterop een rol behang, zodat het perkament leek. In 1976 werd het spelletje ‘Wie van de drie’ op de bühne gespeeld met Jack Crutzen, Hein Lenoir en Jaap Maassen. Wie zou de nieuwe prins worden? Jack raakte zo enthousiast dat – hoewel Hein al uitgeroepen was tot prins – hij alsmaar ‘alaaf’ bleef roepen. Hij meende dat hij het zelf was en kon maar moeizaam van dit idee afgebracht worden. Zoveel enthousiasme mag niet onbeloond blijven. Het jaar erna zocht Piet naar een discrete plaats om bij Jack te informeren of hij in 1977 de nieuwe prins zou willen worden. Bij café Crombach volgde hij hem naar het toilet en stelde de vraag die hem op de lippen lag. De prins in spe viel op zijn knieën en dankte God dat hij Piet gestuurd had met deze vraag. Jack Crutzen en Hein Lenoir waren dikke vrienden. Jack had een Ford Capri en stond zijn vriend toe erin te rijden, toen die prins was geworden: ‘d’r jong moag vaare, heë is prins’. En als prins dronk hij niet. Maar het liep niet helemaal goed toen de prins met inparkeren een inschattingsfout maakte en de fraaie wagen pardoes finaal tegen de kerkmuur in Simpelveld parkeerde. Lange tijd vormden Piet en Sjang het prinsencomité. Zo kwam het dat Piet in 1981 zichzelf uitriep tot enthousiasme van het carnavalspubliek.

Geen prins en drie prinsen ineens

Bij de proclamatie in 1983 werd gebruik gemaakt van het souffleursluik in de bühne. Vertrekkende prins Sjo Vluggen werd door Piet met een goocheldoek weggetoverd. Nieuwe prins Toon Sintzen moest vervolgens hierdoor naar boven komen, maar hij kwam te vroeg, bleef hangen en het doek viel, zodat het gespannen publiek te snel de nieuwe prins voor ogen kreeg. Om die nieuwe prins te zoeken, dat was nog een hels karwei geweest. Want op de dag van de proclamatie wist het comité nog niet wie ze die avond als prins zouden presenteren. Mismoedig ging Piet om 10 uur naar de mis, ’s avonds was al de proclamatie. Hub Schins belde toen en die loofde als stimulans 500 gulden uit voor degene die de nieuwe prins zou worden. Op ’t laatste moment wist men Toon Sintzen over te halen om prins te worden. Het jaar daarna hadden enkele mensen zich de speurtocht aangetrokken die nodig was geweest om een prins te zoeken. Zo dienden zich het jaar daarna in 1984 maar liefst drie prinsen ineens aan: Alf Franken had zijn bandlid van Green Oak al laten weten tijdens de proclamatie niet te kunnen spelen maar ook At Starmans en Henk Franken waren beschikbaar. Piet ging met beiden praten en wist At te interesseren om een jaar later in 1985 als gemeenteprins te fungeren en wist Henk te overtuigen nog even te wachten totdat hij in 1986 als jubileumprins (3 x 11 jaar) zou worden uitgeroepen, hoewel hiervoor een jaartje met het jubileum gesjoemeld werd. Na dit overdadig aanbod was het toch weer lastig een prins te zoeken. De nog zeer jonge Jos Sintzen werd het in 1987.

De prinsenreceptie

Niet alle activiteiten, die met de carnaval ontplooid werden, konden nog op voldoende enthousiasme rekenen. Het prinsenbal bijvoorbeeld kende onvoldoende respons en was niet meer lucratief. Dit bal, waarop voorheen de bloemenprinses gekozen werd, werd afgeschaft. Later is hiervoor in de plaats de receptie gekomen. Hierin had caféhouder Funs Andriolo het voortouw genomen. Piet van Loo was in 1981 prins geworden en Funs liet zijn zwager weten: ‘Als jij receptie houdt bij mij, dan betaal ik het orkest en spendeer een ton bier’. Zo gezegd, zo gedaan. Met de receptie heb je direct een goede start voor de prins, zodat het prinsschap voor eenieder bereikbaar is. Het is niet de bedoeling dat hij meent voor hele cafés een rondje te moeten geven, dan wordt de functie al gauw onbetaalbaar en vind je op termijn geen prins meer. Tegenwoordig ontvangt de prins 150 consumpties bij zijn proclamatie, krijgt hij 200 consumpties bij de receptie, waarbij hij ook betaalt wat achter de receptietafel gedronken wordt, en de prins moet de wagen betalen. Het principe is: iedereen moet prins kunnen worden en dat is gehandhaafd.

Ter afsluiting knoak begrave

In de jaren zeventig werden de activiteiten uit nood geboren beperkt tot de zondag en maandag. Hierdoor waren de verplichtingen niet al te groot waardoor zowel het ledenbestand van de Öss maar ook de deelname van carnavallisten uit Eys op peil bleven. Ook het knoak begrave ter afsluiting van de carnaval is rond deze tijd geïntroduceerd. Had Funs Andriolo het van Etenaken meegebracht of was het voorheen ook al bij Bertien Hambeukers? De wortels van sommige carnavalstradities zijn in nevelen gehuld. Bij Funs werd dit evenement in ieder geval uitgebreider, compleet met een mis en een afgekloven knook die in de beek werd geworpen. Het knoak begrave was ook het informele moment van toetreden van nieuwe leden. Een bierviltje werd toen ondertekend en ’t jaar daarna ging de nieuweling met de vereniging mee. Klokslag 12 uur was alles afgelopen. In de jaren zeventig was dit nog zo. Dan gingen de carnavalsmutsen af. Over mutsen gesproken, in de jaren vijftig werd gestart met rood-geel-groen-witte mutsen, later kregen de Öss rood-witte mutsen, die in 1977 met de optocht over Eyserheide en Trintelen verregenden. Het jaar erna kwamen noodgedwongen nieuwe hoofdbedekkingen, ditmaal in de kleuren groen-wit.

Prinses en Os van verdienste

In de jaren tachtig volgden nog een aantal vernieuwingen. Destijds besloot de carnavalsvereniging om voor Eys verdienstelijke personen te huldigen met de zogenaamde Os van verdienste. De eerste werd in 1983 uitgereikt aan Jeu Senden van de legendarische Selpa-limonadefabriek. Sindsdien zijn aardig wat verdienstelijke Eysenaren gehuldigd, zowel personen die hun sporen in het carnaval verdiend hadden, maar zeer zeker ook mensen die in het algemeen veel voor Eys betekend hebben, zoals bijvoorbeeld schutterskeizer Juup Senden, zanger en dirigent Johan Kokkelmans, oud-pastoor Kurris en nog vele anderen. Een nieuwe traditie was geboren. In deze jaren kreeg ook de prins versterking. Vroeger was er de bloemenprinses, totdat het prinsenbal werd afgeschaft, waar zij werd uitverkozen. Bovendien was de prins nog maar zelden een vrijgezel, dus wat ligt meer voor de hand dan hem te doen vergezellen van zijn partner of vriendin? In 1984 verscheen in de persoon van Marion Jongen de eerste prinses aan de zijde van de toenmalige prins Alf Franken. Zelfs de jeugdige Jos Sintzen zorgde voor een prinses. Enkel Ronald Bindels trok in 2002 alleen als prins door het carnavalsjaar, die pas op een vrij laat tijdstip had vernomen dat hij de prinselijke waardigheid zou bekleden. Alhoewel, in 2004 kreeg Eys een noviteit te verwerken toen het ‘Dreigestirn’ bekend werd gemaakt, de voorwaarde waaronder Stan Bisschoff prins zou worden en de oud-prinsen At Starmans jonkvrouw en Frans Derksen boer. Een sensatie, die niet leed onder gebrek aan publiciteit. Het vragen van een prins is soms een hoofdstuk apart. Jo Lahaye had in 1989 tussen neus en lippen eens laten weten volgend jaar wel prins te willen worden. Dus togen Frans Derksen en Piet van Loo er maanden later naartoe. Na een avond over koetjes en kalfjes gesproken te hebben, vond Hedy de tijd rijp dat het hoge woord eruit zou komen. Hedy: ‘Jo, nou loat die jonge mer ins vertelle woarum ze gekome zunt’. Jo: ‘Ze hant al inge prins!’. De vreugde was groot toen bleek dat ze die prins in huize Lahaye kwamen zoeken. Vanzelfsprekend zeiden Jo en Hedy ja tegen het voorstel. Een jaar later liep het fout bij gemeenteprins Harry Derksen. In Irak brak in januari 1991 de Golfoorlog uit, waardoor alle activiteiten afgelast werden. Er was geen sleuteloverdracht op de gemeente, erg sneu voor de gemeenteprins. Alle attributen werden toen naar Eys gehaald en in allerijl werd bij Funs Andriolo een zitting georganiseerd, voor alle bij ’t carnaval betrokken verenigingen in Eys, dankzij een sponsoring van Eugène Derksen en Funs Andriolo. Helaas werden alle carnavalsoptochten afgelast en die eer wilde men de prins niet ontnemen. Hij kreeg dus verlenging en vormde met vriendin Helona Gidding ook in 1993 het prinselijk paar.

Uitbundige groei

Sinds het begin van de jaren negentig heeft de carnaval en de carnavalsvereniging zich steeds verder kunnen uitbreiden. In 1990 werd Bloaze deet Zoepe opgericht, die de carnavalsactiviteiten muzikaal ondersteunt. Bij De Öss kwam een aanwas van nieuwe leden, waardoor nieuwe functies gecreëerd konden worden. Zo werd in 1996 bij het vier maal elfjarig bestaan de minister in de persoon van Balt Souren geïntroduceerd. Ook werd Sjef Eijkenboom als prinsengardist voorgesteld. Wat oorspronkelijk 55 jaar geleden begon als cafévereniging heeft zich ontwikkeld tot een niet meer weg te denken vereniging, waarvan momenteel 26 personen gekostumeerd lid zijn en er twee niet in uniform zijn. Met dit grote aantal leden kan de vereniging altijd erin voorzien dat elf man op de optochtwagen zijn of elf man op de bühne zitten, terwijl de rest tegelijkertijd diverse andere noodzakelijke taken voor zijn rekening kan nemen. Het uitroepen van de prins is een grote happening. Sinds een aantal jaren vindt dit evenement in de gymzaal plaats, die van een stevige bühne voorzien wordt om de diverse dans- en showgroepen, vaak met acrobatisch springwerk, plaats te bieden.
Bij gelegenheid van het jubileum in 1996 kregen de leden nieuwe mutsen, de nieuwe kostuums volgden enkele jaren later. Op het voetbalterrein is een loods neergezet, waar gewerkt kan worden aan carnavalswagens. Hierdoor beschikt de vereniging over twee eigen wagens, die ook verhuurd worden. De donateursactie is veranderd in een loterij. Vroeger werden alleen de caféhouders, de frituur en Starmans gevraagd om een bijdrage en kregen ze een sticker: Wij steunen de optocht. Tegenwoordig verschijnt een boekje, dat 24 jaar geleden werd geïntroduceerd, waar alle activiteiten van het carnavalsseizoen aangekondigd worden en met de advertenties levert het ook nog wat op. De begunstigerpagina, die Sjang voor zijn rekening neemt, is meestal de meest lucratieve bladzijde. Maar er wordt niet gespaard: de optocht met diverse wagens brengt veel kosten met zich mee, die op deze wijze draagbaar zijn. Er is een goede sfeer en die is onbetaalbaar. Op carnavalszondag eet het optochtcomité ’s morgens bij haar voorzitter spek en ei, bij welke gelegenheid dan de optocht van die middag in elkaar wordt gestoken, de volgorde en de route bepaald en de weerlijn gebeld wordt voor de actuele weersberichten. Hierna trekt men erop uit om de opstelling van de optochtdeelnemers ter plekke te regelen. Elk jaar opnieuw, maar elk jaar anders.

Auteur, Luc Wolters

EES ALAAF.